wegens
privacy redenen zijn namen e.d. verwijderd.
Dit gaat overigens niet
over mezelf.
Den Haag, 20 november 2003
Uw schrijven dd. 19 november 2003
Geachte heer xx,
Eerst even een paar algemeenheden:
•
Dat de ontslagprocedure
in mijn beleving te lang heeft geduurd kan u zich voor stellen. Ik dus ook. Het
verschil: U ambtenaar en ik burger.
•
Alle kritiek
die burgers hebben op officiële instanties is nooit waar. Zij hebben altijd gelijk en als ze het niet hebben behoeven ze
alleen maar te zeggen dat een bezwaarschrift niet ontvankelijk is of “mij
is niet gebleken van onregelmatigheden”. Juist: de
onregelmatigheid is regelmatig.
•
Als er sprake
is van verschil in tijdsduur zal men altijd de postbode de schuld geven en
nimmer de hand in eigen boezem steken. Instanties zijn machines en kunnen geen
fouten maken. U schrijft dat het u onduidelijk is waarom enz. Wel... mij is het
niet onduidelijk. Mij is het helemaal duidelijk.
•
Wat ook
behoord bij de algemeenheden is dat bezwaarschriften zelden, of liever nooit,
en al helemaal niet in 1e instantie zullen worden toegewezen. Door welke
officiële instantie dan ook.
Dat komt voornamelijk omdat instanties dan hun collega’s moeten
afvallen of kritiek moeten uitten, misschien wel.. eigenlijk zeer duidelijk..
collega’s waar zij afhankelijk van zijn.. en hen
in reeds zeer vroeg stadium duidelijk is gemaakt dat
“collega’s” daar niet van gediend zijn. En in’t
uiterste geval sturen ze je een doodlopende weg in. Richting ombudsman. Die gaan
eerst een paar jaar onderzoek verrichten om dan waarschijnlijk tot de conclusie
te komen dat het niet in hun competentie ligt om over dit geval te oordelen.
Bovendien is dan al zo lang geleden dat het moeilijk is om alle feiten boven
water te krijgen en het niet mogelijk is om tot een juiste conclusie te kunnen
komen.
Ik zou bovenstaand lijstje nog wel met tientallen “ervaringspunten” kunnen aanvullen, maar dat is zinloos, zoals bijna alles zinloos is als men kritiek op instanties heeft.
Maar nu de beantwoording op uw schrijven..hoewel er reeds veel is beantwoord via bovenstaande puntjes.
U zegt dat u mij heeft uitgenodigd voor een gesprek. Jawel... maar hoe. U gaf de indruk dat u contact met mij zou opnemen. Niet dat “ik” daarvoor het initiatief voor zou moeten nemen.
In dezelfde alinea verzocht u mij de correspondentie niet op internet te zetten. U gaf tevens aan dat dat niet in het belang van beide partijen was. Dat ben ik niet met u eens. In de 1e plaats is het wel degelijk in mijn belang omdat ik het “openbaar” wil maken.
In uw belang omdat ik u in de gelegenheid
stel om te laten zien dat u wel degelijk van uw verantwoording bewust ben, zich
niet probeert te verweren met leugens en in feite een zeer fatsoenlijk bedrijf
bent en niet zoals ik beweer met geld smijt voor dure gouden handdrukken en
gouden kantoorkrukken. Kortom... ik zet mezelf door dit op internet te zetten voor joker.
Lach, lach
V.w.b. de tijdsduur van aanvrage ontslag per 2 juli 2003 en uw ontvangst van dat schrijven door u op 24 juli is.. zoals ik lees, mijn eigen schuld. Maar de werkwijze van het CWI kennend heb ik voor de zekerheid ook maar even op 7 juli het verzoek op de fax gezet omdat u verplicht bent om een ontvangstbevestiging en/of reactie te geven. Ik voelde dus al nattigheid.
Desondanks krijgt u het toch voor elkaar om pas op 28 juli te reageren met wat vraagjes.
U schrijft ook nog dat ik het had controleren door
telefonisch contact met u op te nemen. Wel...dat is nota bene 2x gedaan en nog
wel door de advocaten van het personeel.. Die heeft de rechter (er was
inmiddels een loon invorderingsprocedure gestart)
verteld dat ik geen ontslagaanvrage had ingediend bij het CWI. Hij had daar
zelf tot 2x toe persoonlijk voor gebeld. Bij het CWI was niets bekend. Dat
gebeuren is voor mij dus de aanleiding geweest om per 24 juli te vragen hoe
“het” zat. De rechter keek me dus ook aan met een paar ogen van
“wat doet u in godsnaam hier”
2e alinea: Ik beantwoord uw vragen van 28 juli op 29 juli, de postbode heeft er dus precies 1 dag over gedaan om uw schrijven in mijn brievenbus te deponeren. Blijkbaar loopt de postbode bij u altijd de deur voorbij omdat u stelt dat mijn antwoorden pas op 4 augustus bij u zijn bezorgt.
Vervolgens schrijft u dat u slechts een verweer heeft ontvangen waarvan ik overigens het adres volgens u onjuist zou hebben opgegeven. Wel... betreffende had geen vast adres. Dan woonde ze weer hier en dan weer daar. Dat komt bij buitenlanders veel voor. Ik heb dus het mij laats bekende adres opgegeven. Bovendien is het in feite niet relevant omdat de ontslagprocedure niet mag/kan worden opgehouden door het niet ontvangen van een verweer van ener personeelslid. U heeft ook de plicht het belang van de werkgever te behartigen. De wetenschap dat de kiosk inmiddels was gesloten wegens financiële en medische gronden behoord voldoende te zijn om snel een principe uitspraak te doen. Adequaat reageren op de feiten, natuurlijk na constatering of die feiten de juiste zijn, is voldoende en m.i. uw plicht. U had erger kunnen voorkomen. Of behoort dat niet tot uw plicht?
Uw bestrijding dat de procedure 80 dagen heeft geduurd is natuurlijk onjuist. Neem gewoon de datum van aanvraag en de datum van uitspraak, en ziedaar.... Dus u kunt alleen bestrijden dat het uw schuld is, niet de tijdsduur. Die ligt vast.
U schrijft mij dat een werkgever niet wordt ontheven van loonbetaling wanneer de bedrijfsactiviteiten worden gestaakt. Dat is een waarheid als een koe. Daarom heb ik dus ook een aanvrage ingediend om verdere “onoverkoombare” schade te beperken. Wel is het zo dat het CWI verplicht is om loonbetalingen over te nemen wanneer de werkgever in gebreke blijft. Zo wie zo bij faillissement. Maar ook bij xxxx. Dat u dat later eventueel kunt terugvorderen bij xxx doet in dit geval niet ter zake. U had, zo wie zo, het personeel het loon moeten voorschieten toen zij zich bij u aanmelden. Maar natuurlijk heeft u zich van deze verantwoordelijkheid niets aangetrokken en de mensen niet op hun rechten gewezen. Over plicht gesproken!!!!
U schrijft in een alinea: op 23 september zijn de vergunningen verzonden aan partijen, hetgeen ruim voor 1 oktober. U vergeet dat daar dus had kunnen staan: op 23 juli enz. enz. ruim voor 31 augustus.
U schrijft dat u navraag bij Dhr. xxx heeft gedaan. Maar hij bestrijdt.... Had u wat anders verwacht?
U schrijft dat u het dossier nog eens goed heeft doorgenomen. En dan het beroemde zinnetje
“mij is niet gebleken”
Gezien het e.e.a. is mij inmiddels een heleboel gebleken.
Het verbaasd mij in hoge mate dat u zich toch nog realiseert dat uw afwijzing niet geheel bevredigt. Zelfs mijn beleving van tijdsduur kunt u zich voorstellen. Maar de stelling van u “echter dit doet geen recht aan de werkelijke situatie” snijdt natuurlijk geen hout.
Zalvende woorden dat wel. Een strijkje over het bolletje en richting doodlopende weg.
Tenslotte doet u een verzoek om dit niet op internet te zetten en reeds voorgedrukt, onder uw schrijven verwijst u mij naar de Nationale Ombudsman.
Die verwijzing heb ik niet nodig. Alles ging en gaat rechtstreeks naar de ombudsman. Die heeft mij daarom zelfs om verzocht. We zien wel. Bovendien gaat de hele correspondentie, in het belang van beide, naar alle politieke partijen. Hier en daar best wel reacties ontvangen. Maar we zien wel.
CWI
Postbus 43372
2504 AJ Den Haag.
t.a.v. Afd. Juridische Zaken
Zoetermeer, 7 juli 2003 :Nogmaals per fax:
Betreft: Ontslagaanvraag totale personeelsbestand.
Verleden jaar is xxx door omstandigheden in een onstabiele toestand terecht gekomen die zich heeft ontwikkeld tot een totale burnout.
xxx komt dus neer op ontslagaanvrage. censuur..censuur.
Omdat xxxx niet meer in staat is om dit gebeuren af te handelen heb ik deze taak op mij genomen en verzoek u vriendelijk de correspondentie te zenden aan: xxx
Ik ben dan ook genoodzaakt U te verzoeken om voor onderstaande medewerkers per directe ingang een ontslagvergunning af te geven.
De medewerkers zijn inmiddels geïnformeerd over de huidige situatie en de noodzaak van de definitieve beëindiging van de activiteiten.
Hoogachtend
Den Haag, 11 september 2003
Geachte heer xxx,
In de 1e plaats wil ik mijn ongenoegen uiten i.v.m. de bereikbaarheid van uw afdeling. Vanmiddag wilde ik even bellen maar uw afdeling maar kreeg natuurlijk een telefoonbeantwoorder aan de lijn. Lekker makkelijk he. U werkt blijkbaar alleen maar 's-morgens. In ieder geval bent u niet bereikbaar in de middag, een feit dat alleen instellingen zich kunnen veroorloven die hun centjes doodeenvoudig laten inhouden op het loon van de hardwerkende mensen in Nederland. (Daar kijkt u natuurlijk van op, maar... ze zijn er nog. Mensen die uw salaris betalen) Als we tekort komen dan verhogen we doodeenvoudig de premies en delen meer kortingen uit op de minimale uitbetalingen waar de mensen jarenlang premie’s voor hebben moeten betalen en die voor het merendeel worden besteed aan torenhoge managersalarissen en dure gebouwen.
Nu terzake:
Op 2 juli heb ik voor xxx een verzoek tot ontslag van x personeelsleden gevraagd. 14 dagen later (veel te laat dus) kwam het CWI met wat vraagjes die ik heb beantwoord. Zie meegestuurd schrijven van 30 juli.
xxx en xxx hebben inmiddels een rechtszaak aangespannen tot uitbetaling van achterstallig loon. Bij de rechtbank werd beweert door de advocaat van xxx dat het CWI niets van een ontslagaanvrage wist. Ik geloofde hem niet omdat dat er bij mij niet in kon. Vanmorgen kwam de deurwaarder van xxx en beweerde de advocaat wederom dat het CWI nog steeds niets wist van een ontslagaanvrage.
Misschien dat u kunt begrijpen waarom ik een beetje pissig ben?? (beetje??)
Ik begin erg ongerust te worden. U beseft blijkbaar niet, of het interesseert u helemaal niets, dat xxx helemaal over haar toeren is en het zich niet kan veroorloven om maanden lang het salaris door te betalen van personeelsleden terwijl de xxx zelf is gesloten. En dat nog wel door toedoen van datzelfde personeel. Zoals u dus in mijn 1e schrijven heb kunnen lezen. Hoe lang denkt u er nog over te doen om een voor de hand nemende beslissing te nemen of gewoon uw werk te doen.
Mijn nijd wordt ingegeven doordat ik, jammer genoeg, via andere wegen ook in aanraking kom met het CWI, het GAK, het UWV, wie weet het nog. En geen enkele afdeling werkt naar behoren. Het enige wat ze interesseert is de mensen stapels papieren in te laten vullen met gegevens die ze al diverse malen hebben moeten invullen. Steeds maar weer vragen naar de bekende weg. Volgens mij staat er een premie op "Wie de meeste ingevulde papieren in zijn dossier kan verzamelen krijgt een reisje naar de Bahama's of zo". Knarsetandend en machteloos ondergaan van deze bureaucratie zadelt me dagelijks op en lijdt uiteindelijk tot deze uitbarsting.
Hoogachtend.
P.S. Wist u dat het CWI het presteert om op één a4tje 3 keer te vragen om het sofi-nummer.?
Den Haag, 22 september 2003
Klacht en Bezwaarschrift.
Mijne Heren,
Op 2 juli j.l. heb ik voor x personeelsleden van bovengenoemde XX een verzoek ingediend tot toestemming van ontslag. In de betreffende aanvraag heb ik duidelijk laten blijken dat het met de financiële toestand van het bedrijf zeer slecht was gesteld en dat xx zelfs al was gesloten. Pas 14 dagen later werd er door het CWI op gereageerd door het stellen van haar inziens noodzakelijke vragen. Natuurlijk is er door mij onmiddellijk op gereageerd door de gegevens naar beste weten te geven en direct te versturen.
Een weekje later werd door de advocaat ener werknemers beweert (voor de rechtbank nog wel) dat het CWI niets wist van een ontslagaanvrage en werd de eis tot loonuitbetaling door de rechter toegewezen. Op 11 september heb ik daarop, nadat dus weer werd beweert dat het CWI van niets wist, een zeer boos briefje gestuurd naar Mr. xxxx.
Tot op heden, nu, 22 september te 10.00 uur, heb ik nog steeds helemaal niets gehoord van het CWI. Ik stel dat het CWI niet naar behoren haar taak heeft uitgevoerd en uitvoert en achteloos aan het feit voorbij gaat dat xxx door nalatigheid van het CWI verplicht is loon door te betalen. In ieder geval langer dan wettelijk noodzakelijk.
Ik zal me op de hoogte trachten te stellen in welke mate u schuldig bent aan dit gebeuren en de schade dus trachtten te verhalen op het CWI.
afd.Bezwaar en beroep
Den Haag, 25 september 2003
Vervolg op Klacht en Bezwaarschrift.
Mijne Heren,
Op 22 sept. j.l. belde ik met Mr. xxx ivm het lange uitblijven van de beslissing op de aanvraag van 7 juli tot ontslag van xxx personeelsleden ivm staking van het bedrijf door geldgebrek. Vergelijkbaar als faillissement.
Ik mag verwachten dat het CWI, m.n. Mr. xxx, de ernst van de situatie kan inschatten en de beslissing in deze, ter voorkoming van verdere schuldopbouw, snel kan nemen.
Ik ga er n.l. vanuit dat het CWI er niet is om te voorkomen dat werknemers een beroep doen op hun rechten en het CWI er dus baat bij heeft om dergelijke beslissingen op de lange baan te schuiven zodat het UWV dan ook pas later loonverplichtingen of WW moet uitkeren.
In 1e instantie vertelde Mr. xxx mij dat de aanvraag bij de commissie lag. Op mijn vraag wanneer die commissie dan wel zitting had en wanneer ik dan de uitspraak daarover zou ontvangen ging Mr. xx nog even verder kijken. Toen zei Mr. xxx dat hij de stukken wel (dezelfde middag dus) even naar me toe wilden sturen of faxen. Waarmee Mr. xxx dus aangaf dat hij de beslissing al in't dossier had gevonden en dus niet meer bij de commissie lagen. Omdat ik dus liever de stukken zelf in huis heb dan een faxje vroeg ik Mr. xxx dus de stukken maar op de bus te doen omdat ik ze dan de volgende dag in huis zou hebben. Het maakte mij n.l. niets meer uit of ik de stukken nu, die middag dus, of de volgende morgen, maar dan officiële stukken zou ontvangen.
Woensdag moest ik Dhr. Xxx weer bellen met de vraag waar de stukken bleven met als resultaat dat ik ze dus heden morgen in de bus kreeg. Ik moet uit deze gang van zaken afleiden dat Dhr. Xxx dus gewoon heeft gelogen dat hij in staat was om die stukken die middag te faxen omdat ze nog niet klaar waren. Heeft hij niet gelogen en waren ze dus wel klaar dan is hem ernstige nalatigheid aan te rekenen.
Al met al heeft het dus 80 dagen geduurd van aanvraag tot beslissing. Volgens de beslissing moet xxx , met in achtneming van de ontslag termijn haar personeel nu uitbetalen tot 30 november. Gerekend vanaf juli is dat 4 maanden salaris te veel omdat ze de zaak netjes wilde afhandelen en het niet op een faillissement wilde laten aankomen. Vanaf het moment van sluiting had het CWU dan n.l. de verplichting van loon doorbetaling moeten overnemen.
Ik stel u dan ook hiermede ernstig in gebreke en me dan ook laten inlichten over een eventuele vergoeding van de schade. Door uw trage werkwijze is een persoonlijk faillissement van xx n.l. niet meer te voorkomen.
Door mijn zeer slechte ervaringen met het CWI en UWV van de laatste tijd zal ik deze bezwaarprocedure (en andere) openlijk op mijn internetsite
( www.demeningvancor.nl ) zetten.
Een afschrift van dit hele gebeuren gaat tevens naar alle politieke partijen en de ombudsman.
inmiddels een verzoek gehad om dit stukje van mijn site te halen.
Veel haast maken ze niet. Het is nu al 9 november en ze hebben me nog niet uitgenodigd voor een gesprek.